Pray for me

Bij ons vertrek ontmoeten wij onze Duitse en Canadese reisgenoten op Schiphol. Er staan ons twee spannende weken te wachten. Eenmaal geland op Lesbos worden we tijdens de korte autorit naar ons hotel al meteen geconfronteerd met de twee werelden op Lesbos. Mytilini ziet er nog gezellig en toeristisch uit, maar buiten het stadje zien we al gauw vluchtelingen op de niet verlichte autowegen lopen. Als we langs kamp Moria rijden, ruiken we een vieze rioollucht. We zien de tentjes staan in de olijfgaard, ook wel ‘jungle’ genoemd. Iedereen in de auto zwijgt en het lijkt wel of de tijd even stil staat. Als we ‘s avonds in een restaurantje zitten, ervaren we toch een soort vakantiegevoel.

Tijdens onze eerste werkdag maken we ons nuttig in het warehouse. Een deel van onze groep zet tenten op om te testen of ze nog bruikbaar zijn en de anderen sorteren winterkleding.

De volgende dag gaan we voor het eerst het kamp binnen. Om te weten hoe dat is, moet je het zelf ruiken, zien, horen en voelen. Dit is met geen pen te beschrijven of in beelden te vangen! Als je het kamp in loopt, rennen er vrijwel direct kinderen op je af. Ze klampen zich vast aan je been en roepen “My friend!” Wat opvalt, is dat elk plekje in het kamp benut wordt en dat overal elektriciteitsdraden hangen.

Eén van de avondbezigheden is het uitdelen van tickets. De tickets zijn bijvoorbeeld voor een doktersafspraak of een transfer naar Athene. Dit is erg dankbaar werk en de mensen zijn altijd blij als je langskomt. Maar in het donker, door de jungle, met een kleine zaklamp en een incomplete plattegrond is het moeilijk zoeken. Gelukkig is er altijd wel een POC (person of concern, de afkorting die door de vrijwilligers wordt gebruikt voor de vluchtelingen) die het hele kamp met je doorloopt om je te helpen. Soms wordt je dan uitgenodigd voor een kopje chai met véél suiker. Dat mensen op zo’n vreselijke plek toch nog zo gastvrij en liefdevol zijn.

De avond shifts bestaan vooral uit het bewaken van drie secties in het kamp. In sectie A en B zitten minderjarige jongens die alleen zijn aangekomen in het kamp. In sectie C zitten kwetsbare vrouwen met kinderen. In sectie B wonen ongeveer 140 jongens. Een aantal van hen kan erg goed Engels en vindt het dan ook leuk om dit met vrijwilligers te oefenen. Een 16-jarige jongen vertelt dat hij op een dag het besluit had genomen om samen met een vriend te vluchten, zonder afscheid te nemen van zijn familie. Toen hij bij de grens was, belde hij zijn ouders om dit nieuws te delen. Een maand later zat hij in kamp Moria en nu heeft hij geen flauw idee hoe zijn toekomst eruit zal zien. Bij ons afscheid roept hij: ”Pray for me”.

Tijdens de dag shifts is het hard werken: samen met de ‘new arrivals’ een plek zoeken in het kamp, POC’s verplaatsen, tenten controleren, luiers en eten uitdelen. De vrouwelijke teamleden nemen deel aan een gave ochtend met vrouwen en meisjes uit het kamp. Dit gebeurt op een veilige plek in het Ephraïm centre, op loopafstand van het kamp. Praten met jonge meiden, giechelen, een lach op hun gezicht toveren, dansen. Soms ook praten over God, want dat mag hier.

Op onze vrije dag bezoeken we de ‘lifejacket graveyard’. Hier liggen duizenden zwemvesten van mensen die de oversteek van Turkije naar Lesbos hebben gemaakt. Duizenden individuen. Duizenden verhalen. Duizenden trauma’s, maar ook tekens van hoop. Hoop op een beter en veiliger leven.

Als groep hebben we het goed gehad met elkaar. We hebben onze nare en mooie ervaringen met elkaar gedeeld en ook veel plezier gehad. We zijn allemaal als andere mensen teruggekomen. Nu we meer van deze mensen en de situaties hebben gehoord en gezien, begrijpen we hen beter en kunnen we ook gerichter voor hen bidden. Dit extreme onrecht van zo dichtbij meemaken, dat doet iets met je. Wij hopen dat we iets hebben betekend voor de mensen daar en iets van Gods licht hebben laten zien.

Jesaja 58