De Domari (ook wel Gypsies of zigeuners genoemd) zijn vanaf de 14e eeuw in Israël terecht gekomen. In die periode kwam de grootste groep terecht in Oost-Europa, beter bekend als de Roma’s. Het lijkt alsof er voor deze laatste groep meer belangstelling is dan voor de Domari, gezien het vele werk dat onder hen gedaan wordt. 

Het merendeel van de Domari is analfabeet en heeft geen werk. De armoede onder hen is zeer groot. Ze schamen zich voor hun armoede en willen niet bedelen. Foto's of ander beeldmateriaal mag niet gebruikt worden om de armoede zichtbaar te maken.
Ze leven in de oude stad Jeruzalem en daarbuiten in de gebieden waar de Arabische/ Palestijnse bevolking woont. Vanaf de 14e eeuw tot heden worden ze door deze bevolking gediscrimineerd, de goeden niet te na gesproken.

Wie bekommert zich om deze groep en waarom? 

Amoun Sleem, zelf een Domari, zet zich van jongs af aan in voor deze achtergestelde groep. Als kind was ze ervan overtuigd dat God haar en haar familie niet goed had geschapen, vanwege het feit dat ze gediscrimineerd werden. Maar nog tijdens haar kinderjaren ontdekte ze dat God van haar hield en dat ze juist haar kwaliteiten mocht ontwikkelen en gebruiken. Dit wil ze doorgeven aan de andere Domari.
Eind 1999 heeft Amoun een stichting opgericht, ‘De DOMARI SOCIETY’ te Jeruzalem. Het is de enige stichting voor zigeuners in het Midden-Oosten. Ook buiten Jeruzalem heeft ze contacten met Domari en oog voor hun nood. Ze heeft een netwerk van enkele joodse organisaties opgebouwd. Desondanks is bij het merendeel van de Joodse bevolking onbekend dat er onder hen zigeuners leven. En omdat ze te midden van de Arabische bevolking wonen, gaat men ervan uit dat Domari Arabisch zijn.

Wat doet de DOMARI SOCIETY?

De stichting, onder leiding van Amoun, heeft een centrum opgericht, van waaruit verschillende activiteiten worden georganiseerd. Dit kleinschalige centrum, waar kinderen en vrouwen komen, ligt in Shouafat (Oost - Jeruzalem). Hier worden kinderen geholpen om het basisonderwijs met succes te kunnen afronden, om daarna verder te kunnen leren. Zonder getuigschrift hiervan is dit onmogelijk en belanden ze alsnog op straat. De ouders stimuleren hun kinderen om naar school te gaan, maar financiële middelen hiervoor hebben ze niet. Ook zijn de ouders niet in staat om hun kinderen te helpen met het huiswerk omdat ze zelf niet kunnen lezen en schrijven. Kerst en Pasen worden in het centrum gevierd met de kinderen, zoals wij dat in Nederland ook doen.
In het centrum leren de vrouwen hun kwaliteiten te ontwikkelen door zelf bijvoorbeeld sieraden, borduurwerk, tasjes en zeep te maken en die te verkopen. Hiermee, hoe minimaal ook, genereren ze een eigen inkomen en dit versterkt hun gevoel van eigenwaarde. Ook worden er kortdurende praktische trainingen gegeven op het gebied van catering, haarverzorging e.d. De vrouwen krijgen hiervoor een certificaat zodat ze makkelijker werk kunnen vinden.

Amoun probeert de armste gezinnen één keer per maand te voorzien van een voedselpakket. Dit pakket bestaat uit de meest noodzakelijke levensmiddelen. Momenteel kan ze drie tot vier gezinnen helpen, terwijl er zeker 15 tot 20 gezinnen zijn, die in aanmerking komen voor zo’n pakket.

GAiN ondersteunt dit project van harte. Wat is er nodig? Allereerst gebed. Daarnaast is er dringend behoefte aan financiële middelen voor het aanschaffen van de eerste levensbehoefte: voedselpakketten.