Heilige koppigheid

Hoe is het om in Moria te werken, al maanden of jaren lang? Voor Andrea Wegener, onze collega in Moria, zijn vooral de laatste maanden niet makkelijk geweest. Toch gaat ze, net als haar collega’s, vastberaden, met een heilige koppigheid door. Ze schrijft daarover in haar meest recente blog.

“Als het gevaar je aanstaart, is afwassen soms het gezondste wat je kunt doen. Ongeveer zo verwoorde de auteur van een boek over crisismanagement het. Daaraan moest ik denken toen ik op zee uitkeek en besefte hoe bizar onze situatie hier is. En dat al maanden. Het kamp is sinds half maart afgesloten. Aanvankelijk verlengd met twee weken, werd deze avondklok begin augustus gewoon voor de hele maand afgekondigd. Terwijl de bevolking van Lesbos in april weer het huis mocht verlaten zonder een speciale vergunning, restaurants en hotels geleidelijk opengingen in juni en Griekenland aarzelend het toerisme hervatte, veranderde er niets voor onze vluchtelingen. Zij hebben nog steeds toestemming van de kamppolitie nodig om - in kleine groepjes en niet meer dan 500 per dag - de stad in te gaan en belangrijke dingen te doen zoals bezoek aan de dokter of apotheek, of afspraken met hun advocaat. Als je vervolgens door het voetgangersgebied slentert en gepakt wordt, betaal je 150 Euro. De vluchtelingen zitten vast in Moria, waar de warmte zich ophoopt in de tenten, de airco in de containers zelden genoeg verkoeling biedt en het afval een soort eigen leven lijdt waar alleen de ratten blij mee zijn. De beesten ter grootte van een voet, bewegen zich al lange tijd schaamteloos en publiekelijk daar, waar mensen wonen en werken.
Veel asielaanvragen zijn de afgelopen maanden geaccepteerd en de ‘gelukkigen’ zijn gedwongen het kamp te verlaten en een eigen leven op te bouwen (indien mogelijk op het vasteland) met weinig hulp van de staat. Anderen zijn afgewezen en hebben zich aangemeld voor repatriëring: ze krijgen wat geld om te reizen en te re-integreren in het land waaruit ze zijn gevlucht en hebben dan 10 dagen om Griekenland te verlaten. Omdat niemand controleert of ze dit echt doen, voegen beide groepen zich nu bij de daklozen van Griekenland. Ze verblijven eerst op openbare plaatsen in Athene en proberen dan zo mogelijk legaal, soms ook niet, hun weg te vinden naar andere Europese landen. In plaats van 20.000 bewoners hebben we er nu net geen 13.000. Als iemand ons een jaar geleden, toen er 5000 mensen woonden, had verteld dat we 13.000 als goed nieuws zouden beschouwen, zouden we hem ongelovig hebben uitgelachen.”

Andrea schrijft ook over de nog immer dreigende corona-uitbraak en de frustraties waar ze mee worstelt. Op het moment voelt het weer net als in april. Sinds meer mensen naar Griekenland reizen of terugkeren van hun buitenlandse reizen, neemt de dreiging weer toe. Een van haar frustraties heeft te maken met de gedwongen ontmanteling van de quarantaine plek die juist was opgebouwd. Om onbegrijpelijke redenen. En dan het feit dat zo weinig kwetsbare mensen konden worden geëvacueerd. Grote zorg gaat altijd al uit naar de alleen reizende minderjarigen. Maar nu des te meer nu alle activiteiten die niet strikt noodzakelijk zijn om Moria draaiende te houden, verboden zijn.

“Veel hulporganisaties die juist voor de alleen reizende minderjarigen voor een beetje gezond tijdverdrijf zorgen, hebben ineens geen toegang meer tot het kamp. Er zijn geen educatieve of vrijetijdsactiviteiten meer. We worstelen met de Griekse toezichthouders en het kampmanagement over de interpretatie van de zin ‘geen vrijetijdsactiviteiten organiseren’. Kunnen we tenminste één film vertonen? Mogen we UNO spelen met de jongens? Een voetbal geven? Scheidsrechter zijn? Meespelen? Heeft iemand zich ooit afgevraagd wat een avondklok, gecombineerd met een verbod op vrijwel alles wat hen structuur en beweging heeft gegeven, doet met honderden tienerjongens?
Ik heb de laatste maanden geleerd om ‘af te wassen’ als er gevaar dreigt. Gewoon m’n werk te doen en kleine momenten te waarderen. Ik heb me niet altijd goed gevoeld maar op de een of andere manier ging het dan toch weer. Ik wist dat ik nergens anders wilde zijn, juist nu. Deze eigenschap hebben m’n team en ik in de afgelopen tijd ontwikkeld dat we gewoon ons werk blijven doen: we verdelen luiers, schrijven e-mails, delen eten uit, regelen geschillen, delen dokters- en transferbonnen uit, roken kakkerlakken uit, verhuizen gezinnen, pakken kleding in, wonen vergaderingen bij, beantwoorden vragen, bewaken doelen. In heilige koppigheid.”

Heer, ontferm U.

Foto's credits: Claudia Dewald